Natuurlijk Bekappen vs Natuurlijk(?) Bekappen

Toen ik ruim tien jaar geleden begon met Natuurlijk Bekappen had ik op een enkeling na geen collega’s. Niemand oefende het vak uit en niemand was geïnteresseerd in deze methode van bekappen. Het duurde dan ook enige tijd voordat mijn klantenbestand zich vulde en er ging een aantal jaar overheen voordat ik mijn bijbaan kon laten voor wat het was.

Nu kan het zijn dat ik het destijds helemaal verkeerd heb aangepakt hoor. Misschien had ik veel luidruchtiger moeten zijn, meer advertenties moeten plaatsen, moeten vertellen met welke beroemde hoefverzorgers ik allemaal gewerkt heb en ook in dit pré-Facebook tijdperk het internet moeten bombarderen met artikelen over allerhande hoef gerelateerde onderwerpen. Misschien had ik destijds dan wel net zo snel mijn klantenbestand opgebouwd als mijn huidige leerlingen dit nu doen.

Net als in ieder ander vak zie je dat veel mensen werkzaam in de natuurlijke hoevenbusiness – het is nu toch echt een business geworden – het internet werkelijk lijken te bombarderen met informatie. Gelukkig met heel veel goede informatie, maar ook met heel veel slechte informatie. De meeste goede informatie is héél goed gekopieerd en de slechte informatie is vaak héél slecht bedacht.

Een beetje frustrerend wel. Want enerzijds schrijft en spreekt men over het wilde paard, ‘natuurlijke slijtage’ en natuurlijk bekappen, maar anderzijds maakt men bijvoorbeeld van een complex stukje fysiologie als de hoef wel een erg simplistisch stukje natuur door het, bijvoorbeeld, te vergelijken met onder druk wijkende verfkwasten. En dan de Mustang-Roll, dit boegbeeld van natuurlijke slijtage krijgt de meest onmogelijke vormen en posities in de hoef en begint bij de hedendaagse natuurlijk(?)bekapper meestal waar de zool begint.

De paarden in Nederland (maar ook ver daar buiten) lijken nog altijd ten prooi te vallen aan de trendgevoeligheid van de consument. Helaas is deze nog altijd matig geïnformeerd en houdt te weinig ruggespraak over de herkomst van een methode, opleiding, cursus, stroming of hoefverzorger.

Eenieder die kinderen heeft weet hoe moeilijk het is om je kinderen te beschermen tegen de invloeden van het internet. Maar hoe zit dat met uzelf, of met uw paard? Kunt u de zin van de onzin ontwaren?

Toen Jaime Jackson begin jaren tachtig geen universiteit kon vinden die zijn werk door een – let op! –  deskundig panel wilde laten onderzoeken besloot hij een boek te gaan schrijven. Dit boek (The Natural Horse) vormde het feitelijke begin van het Natuurlijk Bekappen en het begin van een beweging die het natuurlijk houden van paarden promoot. Een beweging waar u als lezer waarschijnlijk deel van uit maakt. Dit boek vond haar weg naar mensen zoals u en ik. Zij het in originele vorm, zij het in aangepaste vorm, het vond haar weg.

Wanneer een boek of artikel gepubliceerd wordt gebeuren er een tweetal belangrijke dingen:

1) de informatie is verspreid
2) deze informatie kan vrij en zonder enige praktische invulling geïnterpreteerd worden.

En dat tweede puntje zorgt voor nogal een uitdaging. Er gaat bij het overbrengen van informatie namelijk altijd een deel verloren. Dit is denk ik onvermijdelijk. Maar zonder praktische invulling en mondelinge overdracht is de kans op verloedering des te groter. Daarbij zijn er altijd mensen die het ‘op hun manier’ willen doen. Begrijpelijk. Zo zitten wij mensen in elkaar. We nemen informatie op, interpreteren deze en gaan er vervolgens naar eigen inzicht mee aan het werk.

Maar de verschillende inzichten en methodes beschouwend lijkt er toch één factor waar niemand echt rekening mee lijkt te willen, of kunnen houden. Het paard. Een dier. Een door de natuur – of hogere macht – gevormd organisme dat zich over een tijdsbestek van ruim 55 miljoen(MIL-JOEN!!) jaar heeft ontwikkeld tot het moderne paard. En van deze 55 miljoen jaar zijn wij nu.. hoe lang.. een slordige 10.000 jaar aan het werk?

Ziet u het verschil? Inderdaad, een slordige 55 miljoen jaar.

Onze stempel op het paard is nihil gebleken. Natuurlijk, er zijn verschillende rassen en kleurtjes ontstaan en we hebben de nodige.. eh.. uitdagingen(!) in het leven geroepen met ons op uiterlijk en prestatie gerichte fokbeleid. Maar iedere goed geïnformeerde bioloog zal u vertellen dat deze veranderingen van te geringe invloed zijn om tot een aanpassing (verandering in het organisme om het beter geschikt te maken voor zijn omgeving) van de soort te komen. Wetenschappers hebben door middel van koolstofdatering aangetoond dat de wilde paarden in (ik noem maar een dwarsstraat) het Great Basin van de Verenigde Staten genetisch niet verschillen van onze vrolijke viervoeters op de manege in (het bestaat echt!) Boerenhol.

Informatie lijkt mij die we niet kunnen en mogen negeren!

Verspreid door de oorlogen en kolonisaties (lees: ontdekkingsreizen) van de mens heeft het paard zich in alle uithoeken van de wereld gevestigd. De leefomgeving van het paard heeft zich zodoende nogal eens gewijzigd. Maar het paard zelf is in essentie dus onveranderd.
Hoe gaan we hier mee om?

➢    Moeten we het dieet van het paard aanpassen aan onze behoeften?
➢    Gaan we de voet van het dier anders bekappen omdat het misschien op een zachte ondergrond staat?
➢    Mogen we dat negeren waar de natuur ons zo voortreffelijk op kan wijzen?

Ik ben van mening dat dit niet alleen onmogelijk is, maar ook bijzonder onverstandig. Hoornpijpjes groeien van nature immers niet onder één en dezelfde hoek naar beneden, een levende paardenvoet wijkt niet onder druk als zijnde een verfkwast en steunsels zijn niet meer of minder belangrijk dan de zool of de hoefwand.

Het geheel van delen vormt de som.

Hiermee bedoel ik te zeggen dat alles in het leven van het paard een rol speelt in de ontwikkeling van de psyche, het fysiek en dus ook de hoef.

Wanneer we de natuur van het paard als uitgangspunt nemen wijst zij ons op de juiste informatie. Het is aan ons om deze informatie juist te interpreteren. De hoeven van paarden uit een leefomgeving overeenkomstig met de oorspronkelijke leefomgeving van het paard zullen u (onder andere) vertellen dat:

•    de hoef van voor naar achter onder verschillende hoeken naar beneden groeit
•    dat voorhoeven een meer symmetrische vorm hebben (ik zeg ‘meer’, niet exact!)
•    en achterhoeven een a-symmetrische vorm kennen

deze hoeven zullen u ook leren dat

•    er eindeloos veel variatie is
•    dat de mate van concaviteit totaal niet terzake doet
•    dat de ongepigmenteerde hoefwand het dichtst bij de grond staat en dus primair DRAGEND is
•    en dat daarom de zool automatisch een PASSIEVE drager is

maar ook zal ze u leren dat paarden fysiek zodanig beschadigd kunnen raken

•    dat de voet een aangepaste vorm kan aannemen die ofwel wenselijk (bokhoef) is of op z’n minst een waarschuwing(bull-nose) vormt voor op hande zijnde problemen

De wilde paardenvoet leert ons ook dat pathologie (ziekte) van ondergeschikt belang is ten aanzien van herstel en dat iedere fixatie ten aanzien van deze pathologie op de korte of lange termijn een averechts effect zal hebben.

Maar waarom behandelen we de paardenvoet dan toch op zoveel verschillende manieren?

Wel.. het boek (de informatie) vindt zijn weg, maar niet altijd in de originele vorm. Versplintering, misinterpretatie, winstbejag, ‘goeroeïsme’, onvermogen van de lezer, onvermogen van de schrijver. Ieder boek vindt zijn weg en wij mogen het lezen. Punt.

Het natuurlijk bekappen en de natuurlijke zorg voor paarden bevind zich slechts in de embryonale stadia van ontwikkeling. Nog niet zo heel lang geleden was het hoefijzer in veel gevallen de enige uitweg naar genezing. Dat punt zijn we inmiddels ruimschoots voorbij. Het besef is er, maar er moet nog een hoop werk verzet worden voordat iedereen op één lijn zit ten aanzien van de verzorging van paardachtigen.

Zoals ik vertrouwen heb in het wilde model van het paard heb ik ook vertrouwen in de ontwikkeling van alle hoefverzorgers. Ik heb vertrouwen in onze uiteindelijke interpretatie van informatie.

Björn Rhebergen
Natuurlijk Hoefverzorger