- dinsdag februari 17 2026
- Blog
Browsing in Paradise..!
Leestijd: ± 10 minuten
Een nieuw model
Wie ons al langer volgt, weet dat het nou niet direct onze ambitie is om paarden 24/7 op een weiland te zetten. Ook schreven wij in onze eerdere “Paddock Paradise Richtlijnen” (c.c. 2011®) al dat het paard meer een “browser” dan een grazer is.
Dat met name die laatste suggestie voedingsbodem vond.. dat hebben we geweten. “Browsen” is niet alleen populair geworden; het lijkt in de afgelopen jaren een geheel eigen community te hebben gekregen, waarbij paardeneigenaren, ondernemers en influencers inzetten op verschillende eetbare planten, knabbelhagen en heilzame kruidenperkjes.
Het doel? Meer diversiteit in het dieet en.. het terugdringen van verveling!
Grazer of browser?
Even terug naar het paard.
Het paard is wetenschappelijk geclassificeerd als “grazer” en de beperkte literatuur over het dieet van het paard laat hier ook weinig gras over groeien: het dieet bestaat inderdaad overwegend uit grassen.
Maar waarom noemen wij – en ik spreek hier nu enkel voor onszelf – paarden dan toch ook browsers?
De primaire reden hiervoor is dat observaties in de natuurlijke leefomgeving van het paard laten zien dat deze dieren een breed palet aan voedselbronnen benutten. Ze grazen inderdaad hele ruige(!) grassen, maar ook aan boomschors, takken en struiken. Paarden doet dit zeer selectief en met grote regelmaat.
Tot zover zijn we het dus eens. Maar het is nu wel van belang dat we elkaar – en dan vooral het paard – niet verkeerd gaan begrijpen!
Leefmilieu: de vergeten basis
De conclusie is als volgt:
- Paarden eten overwegend grassen
- Paarden eten óók andere planten
- Paarden hebben van nature een specifiek leefmilieu
- Het leefmilieu van bijvoorbeeld Nederland of Noord-Europa lijkt in niets op hun natuurlijke leefomgeving
Het evolutionaire kerngebied van het paard ligt in Noord-Amerika. Niet in onze vochtige, bemeste graslanden, maar in open, droge gebieden op neutrale tot licht alkalische bodems (pH grofweg 6,5–8). De zogenaamde “high desert” ecosystemen.
Dus niet humusrijk. Niet beschut. En niet dicht begroeid.
Planten die daar groeien zijn anders van structuur, anders van samenstelling en zijn ontstaan onder compleet andere klimatologische omstandigheden:
- droogte
• grote temperatuurverschillen
• lage microbiële druk
• specifieke minerale dominantie
Daarmee komen we bij een – wellicht wat ongemakkelijke – realiteit.
Opbrengst of evolutie?
Noord-Europese bodems zijn overwegend zuur (pH 5–6,5), humusrijk en in veel regio’s sterk bemest. Wij mensen ambiëren een pH van 6,5 omdat dat het meeste oplevert in de landbouw.
Opbrengst is in dit geval dus een groot deel van ons onbewuste referentiekader.
Maar het paard is niet gevormd in een systeem van opbrengst, maar onder druk van natuurlijke selectie. De hoef heeft zich in de loop van miljoenen jaren ontwikkeld van meertenig (het Hyracotherium of “dageraadpaard”) op een humusrijke bodem naar evenhoevig (Equus caballus) op een rotsbodem en hier ligt ook gelijk de basis voor het functioneren van de stofwisseling van het paard.
Voor wie onbekend is met deze materie:
De adaptieve leefomgeving van het paard is die omgeving waar de diersoort haar evolutie en dus haar primaire ontwikkeling heeft doorgemaakt.
We hebben het dan over:
- natuurlijke selectie (dus zonder menselijke sturing)
• eigenschappen en (uiterlijke) kenmerken ontwikkeld onder een langzaam veranderende omgeving (vertering, longen, hoeven, gedrag, metabolisme)
Dit is het proces van adaptatie(aanpassing).
De vraag is dus niet:
Waar lopen of liepen paarden in het wild? Dit is zo onderhand namelijk over de hele wereld!
De vraag is:
Welke omgeving heeft het paard het langst, het meest consequent en het meest selectief gevormd tot het dier dat wij nu kennen? En dan hebben we het over Noord Amerika.
De Basis: het waarom van een Paddock Paradise
Het dieet
Eén van de uitgangspunten van een Paddock Paradise is het onder controle brengen van de voedselinname. Niet door meer of minder aan te bieden, maar door voedsel aan te bieden dat past bij de stofwisseling van het paard.
De reden hiervoor is eenvoudig:
Jaarlijks worden duizenden paarden het slachtoffer van ziekten en symptomatische klachten die het gevolg zijn van een onnatuurlijk dieet. Het is niet voor niets dat paardeneigenaren en pensionstallen voorzichtig beginnen met weidegang in de lente of strip-/strookbegrazing toepassen. We weten namelijk verdraaid goed dat het gras serieuze problemen kan geven bij paarden!
“Maar wat nu als we de bodem weer gezond maken,” luidt dan een argument.
Het weer gezond maken van onze bodem, daar zijn we natuurlijk helemaal voor. Maar linksom of rechtsom, het blijft voor het paard een te zure bodem en de hoeveelheid gras die de dieren van een hectare weiland kunnen onttrekken staat niet in verhouding tot wat ze in de natuur binnen zouden krijgen.
Locomotief gedrag
Een ander belangrijk uitgangspunt van het systeem Paddock Paradise is het stimuleren van meer natuurlijk gedrag. We proberen het paard zo te stimuleren dat locomotief gedrag gaat toenemen. Dit doen we door het terrein op zo’n manier in te delen dat het paard naar plekken beweegt die voor hem of haar interessant zijn.
Dit noemen we de “activiteits-cellen”. De paden die daar naartoe leiden zijn “tracks” en samen vormt dit het Paddock Paradise®.
Verschillende leeftijden en geslachten bij elkaar, de beschikbare ruimte daarop afstemmen, zorgen voor een droge en liefst ruige bodem voor de paardenvoet, de juiste verspreiding van een goede kwaliteit hooi, links en rechts wat eenvoudige supplementen en.. heel belangrijk.. er zorg voor dragen dat het paard onbeperkt kan foerageren. Hierdoor wordt het voorgenoemde locomotief gedrag verder versterkt en voorkom je frustratie, voernijd en andere zaken die van negatieve invloed zijn op het fysiek en de psyché van je paard.
In het wild is hun leefgebied natuurlijk enorm groot, dus de truc hier is om een simulatie van deze leefomgeving te realiseren, niet om een woestijn na te bouwen in je achtertuin.
En dan gaat de rest eigenlijk vanzelf.
Jij faciliteert:
- Ruimte
• Voedsel
• Veiligheid
Het paard doet de rest door paard te zijn.
De diversiteit van hooi
Maar hoe zit het dan met diversiteit? We moeten toch diversiteit aanbieden? En ruigte voor het gebit?
Juist. Vandaar dat ik schrijf: EEN GOEDE KWALITEIT HOOI.
Een goede kwaliteit hooi bevat een grote diversiteit aan kruiden en grassen, is laag in suiker en komt van gronden die niet of spaarzaam zijn bemest. Je wil een plant aanbieden die groeit op een gezonde bodem en niet onnodig wordt belast met drijfmest of kunstmest. Op termijn gaan teveel of onnatuurlijke meststoffen namelijk ten koste van het bodemleven en dus van de plant.
“Maar wacht even…? Hooi komt van gras, dus waarom niet gewoon gras?”
Omdat het gras uit hooi door droging een verandering heeft ondergaan. Dit gras maaien we pas wanneer de plant volwassen is en qua structuur begint te lijken op het voedsel dat paarden in de natuur eten. Wanneer zo’n plant echt volwassen is, wanneer de resterende suikers weer richting de wortel worden getransporteerd en wij dus dat juiste maaimoment weten te vinden, dan hebben we een geconserveerd product dat past bij het paard.
En het is deze conservering die jou als paardeneigenaar controle geeft over de gezondheid van je paard.
Hooi: de Grote Vijf
- We weten waar het hooi vandaan komt.
- We weten hoe het hooi is bemest.
- We weten of de plant volwassen was bij oogst.
- We weten wat de suikerwaarde is.
- We kunnen analyseren wat het verder bevat (of niet bevat) aan macro- en micronutriënten.
Levende planten bieden deze zekerheid niet. Ze leven en bewegen mee met de grilligheid van een seizoen. Kou, zon, wind, regen.. paarden die er van eten… — alles is van invloed op de ontwikkeling van de plant en dus op het paard.
Ja, in theorie is het aanbieden van levende planten interessant en kan het een bijdrage leveren aan diversiteit. Maar het kan ook zorgen voor veel ruis op de lijn.
Want wat doe je wanneer je paard symptomen van hoefbevangenheid laat zien? Te dik wordt? Of longproblemen krijgt?
Hoe weet jij dan met zekerheid waar de oorzaak vandaan komt? Welke plant, struik of hooibaal gaan we hier verantwoordelijk voor houden?
Het microklimaat dat niemand ziet
(En waarvan niemand weet of het passend is..)
Dichte beplanting in een paddock — en met name een kleinere paddock — kan leiden tot:
- minder luchtcirculatie
- meer vochtretentie
- hogere microbiële activiteit
En in zo’n beschutte zone ontwikkelen zich schimmels, gisten, bacteriën en zogenaamde biofilms.
Deze produceren op hun beurt weer microscopisch kleine deeltjes die diep in de longen of het darmstelsel terecht kunnen komen.
De vraag is dus ook of meer natuur ook automatisch “gezonder” betekent. Eén ding weten we zeker: hoe meer we aanbieden, hoe complexer de legpuzzel van het dieet zal worden.
Belangrijk feit: “Er is geen sluitend onderzoek verricht door botanisten of biologen dat ons exact kan vertellen wat paarden eten en waarom.”
Jij denkt misschien dat een bepaalde plant heilzaam is. Maar is dat theorie of is dit werkelijk getoetste materie?
Ons advies: begin bij de basis. Voer met ÉÉN soort hooi met een grote DIVERSITEIT aan grassen en kruiden. Niet teveel toeters en bellen, hou het eenvoudig!
Een voorbeeld uit de praktijk
Over dampigheid, luchtkwaliteit en waarom “natuurlijk” wellicht niet altijd gezond is
Vorig jaar zagen we iets opmerkelijks bij een klant. Eén van de paarden had al een tijd last van ademhalingsproblemen en deze problemen namen langzaam maar zeker toe. Van één paard gingen we naar twee en vervolgens naar drie dieren die allemaal stonden te pompen.
De problematiek nam weliswaar langzaam, maar overduidelijk toe.
Wat bleek? Alle dieren hadden structureel meer toegang tot een diversiteit aan struiken, hagen en grasranden(o.a. meidoorn, kornoelje).
Toen later besloten werd om al het dichte groen weer te verwijderen, gebeurde het omgekeerde:
- twee paarden herstelden volledig
• alleen het paard dat het slechtst was geweest, hield nog lichte klachten
Belangrijk om te vermelden
- dit was géén geval van een klassieke vergiftiging
- het ging hier niet om een “meidoorn-allergie”
- en dus waarschijnlijk geen specifieke plant die fout was
Het paard met de slechtste conditie had wellicht al langer bestaande, laaggradige ontsteking of blijvende structurele longschade. Bij zulke paarden kun je de trigger wel wegnemen, maar niet altijd alles weer herstellen.
Dat dit paard verbeterde en de andere dieren volledig herstelden bevestigt voor ons dat de omgeving de oorzaak was. Met het terugsnoeien en verwijderen van de hagen en struiken kreeg de wind weer vrij spel, droogde alles sneller, werd de lucht voortdurend ververst en daalde de concentratie in te ademen deeltjes
Het probleem lag naar alle waarschijnlijkheid in het microklimaat dat was ontstaan op deze paddock. Ik zeg bewust ‘waarschijnlijk’. Meidoornhagen staan weliswaar niet te boek als giftig, maar bevatten wel stoffen(cyanogen glycosiden, tannines, flavonoïden, alkaloïden) die mogelijk een toxisch effect kunnen hebben wanneer er teveel van geconsumeerd wordt of een disbalans in de inname ontstaat.
De ‘boosdoeners’?
We hebben het probleem dus niet terug kunnen brengen tot één struik, maar samengevat in deze hypothese:
- Meidoorn & kornoelje → dichte structuur, weinig luchtstroming
• Gelderse roos → houdt vocht lang vast
• Sleedoorn → extra dichte vertakking + stressgevoelig blad (meer microbiële activiteit bij beschadiging/veroudering)
Samen leidde dit mogelijk tot:
- minder wind
• meer vocht
• hogere biologische activiteit
• hogere concentratie ingeademde en geconsumeerde deeltjes
Wat deze soorten gemeen hebben:
- ze vormen dichte vertakkingen
• hebben veel fijn blad
• groeien graag in elkaar
• sluiten de ruimte op paarden-neushoogte
• houden dauw lang vast
• remmen zoninstraling op de bodem
• vertragen droging na regen
En creëren zo een vochtig microklimaat.
De les
Vier op zichzelf prima struiken kunnen dus samen een ongezond microklimaat creëren.
Niet omdat ze giftig zijn. Maar omdat het systeem dat ze samen vormen niet past bij de fysiologie van het paard.
Je denkt misschien dat een paard selectief kan eten, maar hoe betrouwbaar is deze selectie wanneer we weten dat ze zichzelf zonder ons ingrijpen ook tonnetje rond kunnen eten? We lezen nergens dat gras giftig is en toch worden veel paarden ziek van te veel gras.
Het paard is gevormd in open, droge, winderige landschappen met lage voedingsdichtheid en een voor deze diersoort natuurlijke, mineraal gestuurde bodem. Alles wat structureel afwijkt van deze parameters moet dus actief gemanaged worden.
Diversiteit is waardevol. Maar niet ten koste van overzicht, controle en ook luchtkwaliteit.
Andes gezegd..
“Natuurlijk” is in dit geval dus niet per definitie “passend”.
Tot besluit
Binnen Paddock Paradise Nederland ontwikkelen wij landschaps-en beplantingsplannen om onze Paddock Paradise ontwerpen compleet te maken. De voorgenoemde planten komen hier onder andere regelmatig in voor.
Echter, de situering van bomen, struiken en planten is altijd strategisch, passend bij het landschap en in de meeste gevallen niet in de directe nabijheid van de paarden.
De beplanting is bedoeld om de paarden van elkaar aan het zicht te onttrekken waardoor locomotief gedrag toeneemt. Het voorziet op termijn in schaduw, beschutting tegen wind en regen. Daarnaast levert het een buitengewoon grote bijdrage aan de biodiversiteit van een omgeving en de landschappelijke waarde van een perceel.
“Browsing” bootsen wij dan ook het liefst na met een dynamische manier van voeren. Dat is wel zo veilig!
Voor de paarden,
Björn Rhebergen
Download ons e-book voor meer informatie over Paddock Paradise en het natuurlijk houden en verzorgen van paarden!
Ieder traject wordt persoonlijk begeleid. Consequent en betrokken delen we onze adviezen en we zorgen dat alles wordt geregeld: van grondwerk tot afrastering, van vergunningstraject tot inrichtingsplan. Met direct resultaat. Een attent paard in beweging. Gezond en gelukkig, in harmonie met haar natuur.
Wil je meer informatie over de mogelijkheden voor het realiseren van jouw Paddock Paradise? Download ons E-book of neem geheel vrijblijvend, contact met ons op.




