- dinsdag februari 17 2026
- Blog
Browsing in Paradise..!
Wie ons al langer volgt, weet dat het om gezondheidsredenen niet onze ambitie is om paarden 24/7 op een weiland te zetten. Ook schreven wij in onze eerdere “Paddock Paradise Richtlijnen” al dat het paard in veel gevallen meer een “browser” dan een “grazer” is.
Dat met name die laatste suggestie voedingsbodem vond.. dat hebben we geweten. “Browsen” is niet alleen populair geworden; het lijkt in de afgelopen jaren een geheel eigen community te hebben gekregen, waarbij uiteenlopende ondernemers en influencers inzetten op verschillende eetbare planten, knabbelhagen en heilzame kruidenperkjes.
Het doel? Meer diversiteit in het dieet en.. het terugdringen van verveling!
Grazer of browser?
Even terug naar het paard.
Het paard is wetenschappelijk geclassificeerd als “grazer” en de beperkte, maar duidelijke literatuur over het dieet van het dier laat hier ook weinig spreekwoordelijk gras over groeien: het dieet bestaat inderdaad overwegend uit grassen.
Maar waarom noemen wij – en ik spreek hier nu enkel voor onszelf – paarden dan toch ook browsers?
De primaire reden hiervoor is dat veldobservaties in de natuurlijke leefomgeving van het paard laten zien dat deze dieren een breed palet aan voedselbronnen benutten. Het graast grassen, hele ruige grassen (!), maar het knaagt ook aan boomschors, takken en struiken. En dit doen paarden zeer selectief en.. met grote regelmaat.
Tot zover zijn we het dus eens. Maar het is nu wel zaak dat we elkaar – en vooral het paard – niet verkeerd gaan begrijpen.
Leefmilieu: het vergeten fundament
We concluderen:
- Paarden eten overwegend grassen
- Paarden eten óók andere planten
- Paarden hebben van nature een specifiek leefmilieu
- Het leefmilieu van Nederland of Noord-Europa lijkt in niets op dit ‘adaptieve’ leefmilieu
Het evolutionaire kerngebied van het paard ligt in Noord-Amerika. Niet in onze vochtige, bemeste graslanden, maar in open, droge gebieden op neutrale tot licht alkalische bodems (pH grofweg 6,5–8). De zogenaamde “high desert” ecosystemen.
Dus niet humusrijk, niet beschut en niet dicht begroeid.
Planten die daar groeien zijn anders van structuur, anders van samenstelling en zijn ontstaan onder compleet andere klimatologische omstandigheden:
- droogte
- grote temperatuurverschillen
- lage microbiële druk
- minerale dominantie
Daarmee komen we bij een – wellicht wat ongemakkelijke – realiteit.
Opbrengst vs. evolutie
Noord-Europese bodems zijn overwegend zuur (pH 5–6,5), humusrijk en in veel regio’s sterk bemest. Wij mensen ambiëren een pH van 6,5 omdat dat agronomisch optimaal is voor opbrengst.
Opbrengst immers, is ons referentiekader.
Maar het paard is niet gevormd in een systeem van opbrengst, maar onder druk van natuurlijke selectie. De hoef heeft zich in de loop van miljoenen jaren ontwikkeld van meertenig (Hyracotherium) op een humusrijke bodem naar eventenig (Equus caballus) op een rotsbodem, en hier ligt ook gelijk de basis voor het functioneren van de stofwisseling van het paard.
Voor wie onbekend is met de materie: de adaptieve leefomgeving van het paard is die omgeving waar de soort zijn evolutie (lees: primaire ontwikkeling) heeft doorgemaakt.
We hebben het over:
- natuurlijke selectie (dus zonder menselijke sturing)
- eigenschappen en (uiterlijke) kenmerken ontwikkeld onder een langzaam veranderende omgeving
(vertering, longen, hoeven, gedrag, metabolisme)
Dit is het proces van adaptatie.
De vraag is dus niet:
Waar lopen of liepen paarden in het wild?
Maar:
Welk landschap heeft het paard het langst, het meest consequent en het meest selectief gevormd tot het dier dat het nu is?
De basis: het waarom van een Paddock Paradise
voedselinname. Niet door méér aan te bieden, maar door meer voedsel aan te bieden dat past bij de stofwisseling van het paard.
De reden hiervoor is eenvoudig:
Jaarlijks worden duizenden paarden het slachtoffer van ziekten en symptomatische klachten die het gevolg zijn van een onnatuurlijk dieet. Het is niet voor niets dat we ‘voorzichtig beginnen’ met weidegang in de lente of strip-/strookbegrazing toepassen. We weten namelijk verdomd goed dat het serieuze problemen kan geven!
“Maar wat nu als we de bodem weer gezond maken?” luidt dan een argument.
Daar zijn we helemaal voor. Maar linksom of rechtsom, het blijft voor het paard een zure bodem en de hoeveelheid gras die de dieren van een hectare weiland kunnen onttrekken staat niet in verhouding tot wat ze in de natuur zouden krijgen.
Natuurlijk gedrag
Een ander belangrijk uitgangspunt van het systeem Paddock Paradise is het stimuleren van meer natuurlijk gedrag. We proberen het paard zodanig te stimuleren dat locomotief gedrag gaat toenemen. Dit doen we door het terrein op zo’n manier in te delen dat het paard naar plekken beweegt die voor hem of haar interessant zijn.
Dit noemen we de “activiteitscellen”. De paden die daar naartoe leiden zijn “tracks” en samen vormt dit het Paddock Paradise.
Tenminste… als je er ook nog een leuke groep paarden inzet natuurlijk.
Verschillende leeftijden en geslachten bij elkaar, de beschikbare ruimte daarop afstemmen, zorgen voor een droge en liefst ruige bodem voor de paardenvoet en de voedselinname onder controle brengen met een goede kwaliteit hooi waar paarden bij voorkeur onbeperkt toegang toe hebben.
In het wild is hun leefgebied natuurlijk enorm groot, dus de truc hier is om een simulatie van die leefomgeving te realiseren, niet om een woestijn na te bouwen in je achtertuin.
En dan gaat de rest eigenlijk vanzelf.
Hoe en wanneer ze eten? Dat bepalen ze zelf.
Jij faciliteert:
- Ruimte
• Voedsel
• Veiligheid
Het paard doet de rest.
De diversiteit van hooi
Maar hoe zit het dan met diversiteit? We moeten toch diversiteit aanbieden? En ruigte voor het gebit?
Juist. Vandaar dat ik schrijf: EEN GOEDE KWALITEIT HOOI.
Een goede kwaliteit hooi bevat een grote diversiteit aan kruiden en grassen, is laag in suiker en komt van gronden die niet of spaarzaam zijn bemest. Je wilt een plant aanbieden die groeit op een bouwvoor (de vruchtbare groeilaag) die niet onnodig wordt belast met drijfmest of kunstmest, omdat dit op termijn ten koste gaat van het bodemleven en dus van de plant.
“Maar wacht even…? Hooi komt van gras, dus waarom niet gewoon gras?”
Omdat dit gras door droging een verandering ondergaat. Dit gras, dat pas na volledige rijping is gemaaid, begint qua structuur te lijken op het voedsel dat paarden in de natuur eten. Wanneer zo’n plant echt volwassen is, haar suikers weer richting de wortel transporteert en wij dat juiste maaimoment weten te vinden, dan hebben we een geconserveerd product dat past bij het paard.
En deze conservering geeft jou als paardeneigenaar controle over de gezondheid van je paard.
Hooi: de Grote Vijf
- We weten waar het hooi vandaan komt.
- We weten hoe het hooi is bemest.
- We weten of de plant volwassen was bij oogst.
- We weten wat de suikerwaarde is.
- We kunnen analyseren wat het verder bevat (of niet bevat) aan macro- en micronutriënten.
Levende planten bieden deze zekerheid niet. Ze leven en bewegen mee met de grilligheid van een seizoen. Kou, zon, wind, regen.. paarden die er van eten… — alles is van invloed op de ontwikkeling van de plant en dus op het paard.
Ja, in theorie is het aanbieden van levende planten interessant en kan het een bijdrage leveren aan diversiteit. Maar het kan ook voor veel ruis zorgen.
Want wat doe je wanneer je paard symptomen van hoefbevangenheid laat zien? Te dik wordt? Of longproblemen krijgt?
Hoe weet jij dan met zekerheid waar de oorzaak vandaan komt?
Het microklimaat dat niemand ziet
(En waarvan niemand weet of het passend is..)
Dichte beplanting in een paddock — en met name een kleinere paddock — kan leiden tot:
- minder luchtcirculatie
- meer vochtretentie
- hogere microbiële activiteit
In zo’n beschutte zone ontwikkelen zich namelijk:
- schimmels
• gisten
• bacteriën
• biofilms
Deze produceren microscopische deeltjes die diep in de longen of het darmstelsel terecht kunnen komen.
De vraag is dus of “meer natuur” ook automatisch “gezonder” betekent.
Eén ding is zeker: hoe meer we aanbieden, hoe complexer de legpuzzel van het dieet wordt.
Diversiteit is een pré, maar in die zin is het ook relatief.
Feit: er is geen sluitend onderzoek verricht door botanisten of biologen dat ons exact kan vertellen wat paarden eten en waarom.
Jij denkt misschien dat een bepaalde plant heilzaam is. Maar is dat theorie of werkelijk getoetste materie?
Ons advies: begin bij de basis. Begin met één soort hooi en verder niet al te veel toeters en bellen.
Een voorbeeld uit de praktijk
Over dampigheid, luchtkwaliteit en waarom “natuurlijk” wellicht niet altijd gezond is
Vorig jaar zagen we iets opmerkelijks bij een klant. Eén van de paarden had al een tijd last van ademhalingsproblemen en deze problemen namen langzaam maar zeker toe. Van één paard gingen we naar twee en vervolgens naar drie dieren die allemaal stonden te pompen.
De problematiek nam weliswaar langzaam, maar overduidelijk toe.
Wat bleek? Alle dieren hadden structureel meer toegang tot een diversiteit aan struiken, hagen en grasranden.
Toen later besloten werd om al het dichte groen weer te verwijderen, gebeurde het omgekeerde:
- drie paarden herstelden vrijwel volledig
• alleen het paard dat het slechtst was geweest, hield nog lichte klachten
Dat roept een logische vraag op:
Hoe kan méér groen leiden tot méér ademhalingsproblemen?
Het misverstand
Veel mensen denken:
“Zolang paarden buiten staan, frisse lucht hebben en geen stoffige stal, zit het goed.”
Maar dat klopt niet altijd.
Paarden kunnen ook buiten luchtwegproblemen ontwikkelen. In de diergeneeskunde lezen we tegenwoordig de term: Pasture-Associated Equine Asthma.
Met andere woorden: het probleem zit niet alleen in hooi of stallen, maar ook in wat een paard buiten inademt of consumeert.
Paarden met een natuurlijke aanleg voor luchtwegproblemen reageren op:
- schimmelsporen
• fijn organisch stof
• bacteriële reststoffen
• pollen in hoge concentraties
En dit kan leiden tot:
- ontsteking in de luchtwegen
• vernauwing van de bronchiën
• slijmvorming
• benauwdheid en hoesten
Dit soort symptomen steken niet van de ene op de andere dag de kop op; dit gebeurt altijd geleidelijk. Daarom zagen we ook geen “plotseling zieke paarden”, maar een langzame toename van de problematiek: 1 → 2 → 3 dampige paarden.
Een patroon dat past bij chronische blootstelling.
Maar.. niet alle paarden werden even ziek.
Paarden verschillen namelijk in:
- longreserve
• immuunsysteem
• eerdere schade
• gevoeligheid
Het “slechtste” paard had waarschijnlijk al langer bestaande, laaggradige ontsteking of blijvende structurele longschade.
Bij zulke paarden kun je de trigger wegnemen, maar niet alles meer herstellen.
Dat dit paard wél verbeterde, maar niet volledig herstelde en/of blijft reageren op kleine veranderingen, bevestigt dat de omgeving de oorzaak was.
Toen de hagen en struiken verdwenen had de wind weer vrij spel, droogde alles sneller, werd de lucht voortdurend ververst en daalde de concentratie in te ademen deeltjes
Dit ging niet over “giftige planten”
Belangrijk om te vermelden:
- dit was géén klassieke vergiftiging
• geen “meidoorn-allergie”
• geen specifieke plant die fout was
Het probleem lag naar alle waarschijnlijkheid in het microklimaat dat was ontstaan op deze paddock. Ik zeg bewust ‘waarschijnlijk’. Meidoornhagen staan weliswaar niet te boek als giftig, maar bevatten wel stoffen(cyanogen glycosiden, tannines, flavonoïden, alkaloïden) die mogelijk een toxisch effect kunnen hebben.
Wie weet… just because we always did it, does not make it right!
De ‘boosdoeners’
We hebben het probleem niet terug kunnen brengen tot één struik, maar samengevat in deze hypothese:
- Meidoorn & kornoelje → dichte structuur, weinig luchtstroming
• Gelderse roos → houdt vocht lang vast
• Sleedoorn → extra dichte vertakking + stressgevoelig blad (meer microbiële activiteit bij beschadiging/veroudering)
Samen leidde dit mogelijk tot:
- minder wind
• meer vocht
• hogere biologische activiteit
• hogere concentratie ingeademde en geconsumeerde deeltjes
Wat deze soorten gemeen hebben:
- ze vormen dichte vertakkingen
• veel fijn blad
• groeien graag in elkaar
• sluiten de ruimte op paarden-neushoogte
• houden dauw lang vast
• remmen zoninstraling op de bodem
• vertragen droging na regen
En creëren zo een vochtig microklimaat.
De les
Vier op zichzelf prima struiken kunnen samen een ongezond microklimaat creëren.
Niet omdat ze giftig zijn.
Maar omdat het systeem dat ze samen vormen niet past bij de fysiologie van het paard.
Jij denkt dat een paard selectief kan eten, maar hoe betrouwbaar is deze selectie wanneer we weten dat ze zichzelf zonder ons ingrijpen tonnetje rond kunnen eten?!
Ook lezen we nergens dat gras toxisch (giftig) is en toch worden veel paarden ziek van (te veel) gras.
Het paard is gevormd in open, droge, winderige landschappen met lage voedingsdichtheid en mineraalgestuurde bodems. Alles wat structureel afwijkt van deze parameters moet dus actief gemanaged worden.
Diversiteit is waardevol. Maar niet ten koste van overzicht, controle en luchtkwaliteit.
Of eenvoudiger:
“Natuurlijk” is dus niet per definitie “passend”.
Besluitend
Binnen Paddock Paradise Nederland ontwikkelen wij landschaps-en beplantingsplannen om onze Paddock Paradise ontwerpen compleet te maken. De voorgenoemde planten komen hier onder andere regelmatig in voor.
Echter, de situering van bomen, struiken en planten is altijd strategisch, passend bij het landschap en in de meeste gevallen niet in de directe nabijheid van de paarden.
De beplanting dient om de paarden van elkaar aan het zicht te onttrekken waardoor locomotief gedrag toeneemt. Het voorziet op termijn in schaduw en beschutting tegen wind en regen en levert een grote bijdrage aan de biodiversiteit van een omgeving en de landschappelijke waarde van een perceel.
“Browsing” bootsen wij dan ook het liefst na met een dynamische manier van voeren. Dat is wel zo veilig!
Voor de paarden,
Björn Rhebergen
Download ons e-book voor meer informatie over Paddock Paradise en het natuurlijk houden en verzorgen van paarden!
Ieder traject wordt persoonlijk begeleid. Consequent en betrokken delen we onze adviezen en we zorgen dat alles wordt geregeld: van grondwerk tot afrastering, van vergunningstraject tot inrichtingsplan. Met direct resultaat. Een attent paard in beweging. Gezond en gelukkig, in harmonie met haar natuur.
Wil je meer informatie over de mogelijkheden voor het realiseren van jouw Paddock Paradise? Download ons E-book of neem geheel vrijblijvend, contact met ons op.

